050518
 
Rustige ogenblikken voor deze Hoogeveense pramen (1911). Duidelijk is het jaagpad te zien, ontstaan door het trekken van schepen, soms door het gezin van de schipper, later door paarden, vandaar het woord scheepsjager. Op 1 juli 1903 trad een "Verordening op het Scheepsjagersbedrijf" in werking. In die verordening stonden de vastgestelde tarieven voor het jaagloon, enz. De scheepsjagers werden geregistreerd en kregen een scheepsjagerspenning. Daarop stond de naam van de plaats en het nummer van de scheepsjager; op de keerzijde stond het wapen van de gemeente van afgifte.
In het Veenkoloniaal Museum in Veendam zijn nog twee scheepsjagerspenningen te zien.
Langs het kanaal bevonden zich hier en daar stallen voor de paarden van de scheeepsjagers, o.a. in Hattem en Epe. Veel scheepsjagers waren niet vies van een stevige borrel.